Grens huurtoeslag

Hoeveel vermogen mag ik hebben voor huurtoeslag?

Uw vermogen bestaat uit uw waardevolle bezittingen zoals aandelen of spaargeld minus uw schulden. Een eigen woning telt niet mee als vermogen, maar een vakantiewoning juist weer wel. Ook vermogen dat u in het buitenland heeft, telt mee.

Bovendien telt niet alleen het vermogen dat u zelf bezit mee voor de huursubsidiegrens. Ook het vermogen van uw toeslagpartner of medebewoner(s) is van invloed. In de onderstaande tekst lichten we graag verder toe hoeveel vermogen u mag hebben voor recht op huurtoeslag. Let hierbij op dat de regels en bijbehorende maximumbedragen elk jaar veranderen.

STAAT UW VRAAG ER NIET BIJ?

Is uw vraag hiermee niet beantwoord? Kijk dan nog even bij onze Veelgestelde Vragen.

Staat uw vraag hier niet tussen? Tijdens kantoortijden kunt u live chatten met een van onze deskundige medewerkers.

Maximaal vermogen huurtoeslag 2017

In 2017 mag u maximaal € 25.000 aan vermogen hebben. Dit geldt ook voor uw toeslagpartner en medebewoners.

Dit betekent dat u, uw toeslagpartner (let op, de onderstaande uitzondering kan van toepassing zijn) en uw medebewoners per persoon maximaal € 25.000 aan vermogen mogen hebben om huurtoeslag te krijgen. Het gaat om het vermogen op 1 januari 2017.

Uitzondering toeslagpartner

Een uitzondering wordt gemaakt wanneer u en uw toeslagpartner samen aangifte voor de inkomstenbelasting doen, de zogenaamde IB-aangifte.

Doet u samen met uw toeslagpartner aangifte? Dan mag u uitgaan van de vermogensvrijstelling die u samen hebt. Dit is uw vrijstelling van € 25.000 plus de vrijstelling van uw toeslagpartner van € 25.000, in totaal € 50.000.

Blijft uw gezamenlijke vermogen onder deze vrijstelling van € 50.000? Dan kunt u huurtoeslag krijgen.

Wijziging regels vermogen vanaf 2016

Tot een bepaald bedrag hoeft u geen belasting te betalen over uw vermogen. Dat noemen we het heffingsvrij vermogen.

Wanneer uw vermogen groter was dan uw heffingsvrije vermogen, had u in 2014 en 2015 geen recht op huurtoeslag. De Belastingdienst ziet het rendement op vermogen boven deze grens namelijk als inkomen. U betaalde dan vermogensrendementsheffing over dat deel van uw vermogen. Daarom ging de Belastingdienst er vanuit dat u met dit vermogen ook zelf genoeg inkomsten had om de huur te betalen. In 2016 is deze zienswijze veranderd en mag u een stuk minder vermogen hebben om nog recht te hebben op huurtoeslag.

Maximaal vermogen huurtoeslag 2016

In 2016 mag u maximaal € 24.437 aan vermogen hebben. Dit geldt ook voor uw toeslagpartner en medebewoners.

Dit betekent dat u, uw toeslagpartner (let op, de onderstaande uitzondering kan van toepassing zijn) en uw medebewoners per persoon maximaal € 24.437 aan vermogen mogen hebben om huurtoeslag te krijgen. Het gaat om het vermogen op 1 januari 2016.

Uitzondering toeslagpartner

Een uitzondering wordt gemaakt wanneer u en uw toeslagpartner samen aangifte voor de inkomstenbelasting doen, de zogenaamde IB-aangifte.

Doet u samen met uw toeslagpartner aangifte? Dan mag u uitgaan van de vermogensvrijstelling die u samen hebt. Dit is uw vrijstelling van € 24.437 plus de vrijstelling van uw toeslagpartner van € 24.437, in totaal € 48.874.

Blijft uw gezamenlijke vermogen onder deze vrijstelling van € 48.874? Dan kunt u huurtoeslag krijgen.

Maximaal vermogen huurtoeslag 2015

Uw maximale vermogen voor recht op huurtoeslag was in 2015 dus gelijk aan uw heffingsvrije vermogen. Had u een toeslagpartner of medebewoner(s)? Dan bepaalde u hun situatie aan de hand van de onderstaande tabel en telde u de heffingsvrije bedragen per persoon bij elkaar op.

Stel dat u en uw toeslagpartner beiden de AOW gerechtigde leeftijd nog niet bereikt hadden. Uw vermogen was € 25.000 en het vermogen van uw toeslagpartner was € 15.000. Uw totale gezamenlijke vermogen was dan € 40.000.

Het heffingsvrije vermogen voor personen die de AOW gerechtigde leeftijd nog niet bereikt hadden was € 21.330. Tweemaal dit bedrag is € 42.660. Dit bedrag is lager dan uw vermogen, dat is namelijk € 40.000. In dit geval had u dus recht op huurtoeslag in 2015.

Grens Huurtoeslag 2015

In 2015 was het heffingsvrije vermogen vastgesteld op € 21.330 per persoon, wanneer de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet was bereikt. Bekijk de onderstaande tabel voor het heffingsvrije vermogen dat op uw persoonlijke situatie van toepassing is.

Uw leeftijd Uw inkomen Heffingsvrij vermogen
per persoon
U bent jonger dan de AOW gerechtigde leeftijd. € 21.330
U bent jonger dan de AOW gerechtigde leeftijd en een alleenstaande ouder.
U kreeg van 1 juli t/m 31 december 2005 huursubsidie bij een vermogen van meer dan € 20.300.
In 2006 t/m 2014 kreeg u huurtoeslag.
In 2015 hebt u recht op de verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders.
€ 42.660
U hebt of bereikt in 2015 de AOW gerechtigde leeftijd. Uw inkomen is niet meer dan € 14.431 € 49.566
U hebt of bereikt in 2015 de AOW gerechtigde leeftijd. Uw inkomen ligt tussen de € 14.431
en € 20.075
€ 35.448
U hebt of bereikt in 2015 de AOW gerechtigde leeftijd. Uw inkomen ligt hoger dan € 20.075 € 21.330

Uitzonderingen maximaal vermogen 2015

Zogenaamde groene beleggingen hebben in deze een andere status. Voor de inkomstenbelasting geldt voor investeringen in fondsen, die van belang zijn voor het milieu en als zodanig aangemerkt zijn door de Belastingdienst, een vrijstelling voor de inkomstenbelasting.

Deze groene beleggingen worden dus niet bij uw heffingsvrije vermogen geteld als het gaat om de inkomstenbelasting. Maar voor de huurtoeslag geldt deze vrijstelling niet. Tel uw groene beleggingen dus mee als vermogen.

Bijzonder vermogen

Voor bepaalde soorten vermogen maakt de Belastingdienst een uitzondering. Dit wordt ook wel bijzonder vermogen genoemd. Bijzonder vermogen telt niet mee voor de huurtoeslag. Onderstaand vindt u een opsomming hiervan:

  • Vermogen van een pleegkind;
  • Vermogen van een minderjarig kind waar u, uw toeslagpartner, uw medebewoners en uw kind niet aan kunnen komen;
  • Smartengeld (immateriële schadevergoeding);
  • Schadevergoedingen die de overheid, het Nederlandse Rode Kruis of fabrikanten van farmaceutische producten betalen aan hemofiliepatiënten die met het aidsvirus zijn besmet;
  • Vergoedingen op grond van de ‘Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers’ die zijn betaald aan de slachtoffers zelf;
  • Uitkeringen uit het DES-Fonds die zijn betaald aan slachtoffers van het gebruik van DES-preparaten;
  • Individuele uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse, Sinti, Roma en Indische gemeenschappen door de Maror-stichtingen, stichting Het Gebaar, stichting Rechtsherstel Sinti en Roma, stichting Joods Humanitair Fonds en Sjoa-stichtingen;
  • Tegemoetkomingen op basis van de ‘Regeling tegemoetkoming financiële gevolgen in verband met functionele invaliditeit nieuwjaarsbrand Volendam’ en bijdragen die zijn uitgekeerd aan getroffenen op grond van de ‘Regeling tegemoetkoming in kosten nieuwjaarsbrand Volendam II’;
  • Uitkeringen van de Rooms-Katholieke Kerk aan slachtoffers van seksueel misbruik;
  • Bijzondere uitkeringen aan veteranen bij wie ten gevolge van inzet tijdens oorlogsomstandigheden of een crisisbeheersingsoperatie invaliditeit is vastgesteld;
  • Uitkeringen op grond van de ‘Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik van minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen’, of een andere regeling van de overheid voor deze groep slachtoffers;
  • Uitkeringen van een voorschot op een persoonsgebonden budget voor 2012 en 2013.